Holtus AssurantiŽn & Financieel Advies BV

Default

Pensioenbegrippen van A t/m W

A

Actieve deelnemer
Zo heet de man of de vrouw als hij/zij pensioen opbouwt via de pensioenregeling.

Afkoop
Over afkoop praat U als uw pensioen niet wordt uitgekeerd in maandelijkse termijnen, maar in één keer. Door de fiscus kunnen er wel zware boetes worden opgelegd. 

Algemene Nabestaandenwet
Afgekort: ANW. De ANW voorziet in een uitkering aan de partner kinderen bij overlijden van de premiebetaler. Het recht op een ANW-nabestaandenuitkering is afhankelijk van inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. Indien uw partner kinderen onder de 18 verzorgt, is er ook een halfwezenuitkering. Ook voorziet de ANW – tot een bepaalde leeftijd – in een uitkering voor je kinderen als die ouderloos zijn geworden.

AOW
Voluit: Algemene Ouderdomswet. Inkomen waarop iedere inwoner van Nederland vanaf zijn 65e recht heeft. De hoogte van de AOW is afhankelijk van uw leefsituatie. Iedere burger die tussen zijn of haar 15e en 65e levensjaar in Nederland woont, bouwt jaarlijks 2% AOW op. Wanneer U gedurende deze periode in het buitenland woont, heeft dit belangrijke gevolgen voor de AOW-uitkering.

Arbeidsongeschiktheidspensioen
Pensioen dat uitgekeerd wordt als je arbeidsongeschikt wordt. Voor werknemers is er de WIA. In sommige pensioenregelingen is voorzien in een aanvulling op de WIA-uitkering. Dit pensioen eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd.

Aspirantdeelnemer
U voldoet nog niet aan de voorwaarden om mee te kunnen doen aan de pensioenregeling. U bent bijvoorbeeld nog te jong of te kort in dienst. Voor aspirant-deelnemers kan op risicobasis een partnerpensioen en soms ook een arbeidsongeschiktheidspensioen worden verzekerd. Bij overlijden of arbeidsongeschikt worden is er dan toch een uitkering. Met ingang van 2008 geldt als toetredingsleeftijd ten hoogste de leeftijd van 21 jaar. U kunt dan alleen aspirantdeelnemer zijn als U nog geen 21 jaar bent. Met ingang van 2008 mag voor het partnerpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen geen wachttijd meer worden gehanteerd. Voor het ouderdomspensioen geldt vanaf 2008 een wachttijd van ten hoogste twee maanden.

naar boven

B

Bereikbaar pensioen
Het pensioen dat U zou kunnen behalen, als U tot uw pensioenleeftijd aan de pensioenregeling zou blijven deelnemen. Op uw pensioenopgave staat het bereikbare pensioen vermeld. Het partnerpensioen is bijna altijd afgeleid van het bereikbare pensioen.

Beschikbare premieregeling
Pensioenregeling waarin aan de deelnemer een premie wordt toegezegd. De hoogte van de uitkering (het pensioen) is afhankelijk van de betaalde premie, de daarmee behaalde beleggingsopbrengsten en het inkooptarief voor pensioen op de pensioendatum. Pas bij pensionering is de precieze hoogte van het pensioen bekend.

Bijsparen
In sommige pensioenregelingen kunt U voor eigen rekening extra pensioengeld opzij zetten.

Bijzonderpartnerpensioen                                                                                                                                                                      Het partnerpensioen waarop de ex-partner na scheiding recht kan hebben. De ex-partner ontvangt van de pensioenuitvoerder een bewijs van deze aanspraak.

Bijzonder weduwen- en weduwnaarspensioen
Het partnerpensioen waarop de ex-partner na scheiding recht kan hebben. De ex-partner ontvangt van de pensioenuitvoerder een bewijs van deze aanspraak.

Burgerlijke staat
De AOW-uitkering die U krijgt is afhankelijk van uw leefsituatie. In je pensioenregeling mag bij het ouderdomspensioen geen onderscheid gemaakt worden naar burgerlijke staat. Bij het partnerpensioen mag dit wel. Wordt in de pensioenregeling het partnerpensioen opgebouwd dan heeft U, ongeacht uw burgerlijke staat, het recht dit partnerpensioen op de pensioendatum in te ruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.

naar top

C

Combinatieregeling
In een combinatieregeling is er een mix van twee pensioensystemen. Tot een bepaald salarisniveau bouwt U pensioen op volgens een eindloon- of middelloonsysteem en daarboven geldt een beschikbarepremieregeling. Ook zijn er combinatieregelingen waarin U over de hele pensioengrondslag deels opbouwt volgens een eindloon- of middelloonsysteem en deels volgens een beschikbarepremieregeling.

Conversie
Een methode waarbij een of meer pensioensoorten worden omgezet in een andere pensioensoort. U kunt er bijvoorbeeld mee te maken krijgen bij scheiding. U kunt bij een echtscheiding overeenkomen dat de pensioenen die aan uw ex-partner toekomen (deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen) worden omgezet in één eigen pensioen voor uw ex-partner.

 naar top

D

Deelnemer
De werknemer die meedoet aan de pensioenregeling en voor wie pensioenrechten worden opgebouwd bij een pensioenfonds of levensverzekeringsmaatschappij.

Deelnemingsjaren
Het aantal jaren dat U meedoet aan een pensioenregeling en dus pensioen opbouwt. Worden ook wel dienstjaren genoemd Deelnemingsjaren kunnen onder bepaalde voorwaarden ook later worden ingekocht. Alleen als U 40 deelnemingsjaren heeft, kunt U in aanmerking komen voor een 40-deelnemingsjarenpensioen.

Deeltijdpensioen
Een vorm van (vervroegde) pensionering, waarbij U voor een gedeelte met pensioen gaat en voor een gedeelte blijft werken.

Deeltijdwerker
U bent deeltijdwerker als U minder werkt dan de gebruikelijke arbeidstijd in de onderneming. U mag als deeltijdwerker niet uitgesloten worden van deelname aan de pensioenregeling. Als U in deeltijd gaat werken binnen 10 jaar voorafgaande aan pensionering, mag de pensioenopbouw worden voortgezet op basis van het vroegere, voltijdsalaris. Dit is echter niet verplicht.

Demotie
Het omgekeerde van promotie. Verplaatsing van een hogere functie naar een lagere, met verlaging van het salaris. Als demotie plaatsvindt in de 10 jaar voorafgaande aan pensionering, mag uw pensioenopbouw worden voortgezet op basis van het vroegere, hoge salaris. Dit is echter niet verplicht.

Dienstjaar
Zelfde als een deelnemingsjaar.

 naar top

E

Eindloonregeling
Pensioenregeling waarin de hoogte van uw pensioen is afgeleid van het salaris dat U direct voorafgaand aan de pensioendatum verdient. Bij iedere salarisverhoging wordt het pensioen dat U al hebt opgebouwd opgetrokken naar het nieuwe salarisniveau.

Excedentregeling
Deze regeling is bedoeld voor mensen die meer verdienen dan het maximumsalaris dat de pensioenregeling stelt. Het is een extra aanvullende pensioenregeling waarmee ze ook pensioen kunnen opbouwen over het salaris boven het gestelde maximum.

 naar top

F

Factor A
De factor die aangeeft wat de pensioenaangroei is geweest in een bepaald jaar. Uw pensioenuitvoerder moet U jaarlijks een opgave verstrekken van de factor A. U heeft de factor A nodig om uw jaarruimte te kunnen berekenen.

Fictieve deelnemersjaren
De jaren die meetellen voor de berekening van uw pensioen, terwijl U in die periode niet in dienst was bij uw huidige werkgever. Fictieve deelnemersjaren (of: dienstjaren) ontstaan bij waardeoverdracht.

Flexibele pensionering
Regeling waarbij U als deelnemer, binnen bepaalde grenzen, zelf de pensioeningangsdatum kunt kiezen.

Franchise
Dat deel van uw salaris dat niet meetelt voor de opbouw van uw pensioen. U krijgt immers later ook AOW, dus U hoeft niet over uw hele salaris pensioen op te bouwen. Het franchisebedrag is vaak afgeleid van de AOW.

FVP-regeling
Dankzij deze regeling kunnen werklozen, ouder dan 40 jaar, hun pensioenopbouw voortzetten zolang ze een loongerelateerde werkloosheidsuitkering ontvangen. Vanaf 1 juli 2004 geldt voor de FVP-regeling een wachttijd van 180 dagen!

 naar top

G

Gematige eindloonregeling
Eindloonregeling waarbij tot een bepaalde leeftijd het pensioen dat U al heeft opgebouwd wordt afgeleid van het laatstverdiende salaris. Vanaf die leeftijd bouwt U jaarlijks een stuk pensioen op dat afgeleid is van het dan geldende salaris. Het in het verleden opgebouwde pensioen wordt niet meer naar het nieuwe salarisniveau opgetrokken. Doel van de matiging is te voorkomen dat een late carrièresprong veel invloed heeft op de hoogte van het pensioen en tot een kostenexplosie leidt. Eindloonregelingen waarbij de matiging gekoppeld is aan een bepaalde leeftijd zijn niet meer toegestaan, omdat dit een verboden onderscheid op grond van leeftijd is.

Gewezen deelnemer
U bent gewezen deelnemer als uw deelname aan de pensioenregeling is gestopt doordat U niet langer bij het bedrijf of in de bedrijfstak werkt. U houdt recht op wat U heeft opgebouwd, maar bouwt nu niet meer op.

 naar top

H

Halfwezenuitkering
Uitkering aan de ouder of verzorger van een kind dat jonger is dan 18 jaar, en dat als gevolg van het overlijden nog maar één ouder heeft. Vloeit voort uit de ANW en bedraagt 20% van het netto minimumloon.

Hoog/laag-constructie
Constructie, waarbij U kunt kiezen voor een hogere uitkering in de eerste jaren van je pensioen en daarna een lagere, of omgekeerd. Op grond van fiscale wetgeving is een variatie tussen de hoogste en de laagste uitkering van maximaal 100:75 toegestaan. U hoeft U niet aan die grens te houden als U uw pensioen eerder in laat gaan en in de periode tot 65 jaar wil voorzien in een AOW-overbrugging.

↑ naar top

I

Indexering
Verhoging van het pensioen naar aanleiding van prijsstijging of loonontwikkeling. Geldt voor het pensioen van gepensioneerden en slapers. Ook actieve deelnemers aan een middelloonregeling hebben er mee te maken. Men noemt dit ook wel toeslag. Indexering is echter nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen geïndexeerd wordt indien er voldoende middelen zijn.

↑ naar top

K

Kapitaaldekkingstelsel
Systeem waarin de pensioenen worden gefinancierd uit opgespaard kapitiaal. Geld voor de Nederlandse ouderdomspensioenen behalve de AOW. Tegengestelde is het omslagstelsel.

Keuzerecht
Het recht om uiterlijk op de pensioendatum uw opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Het keuzerecht is niet van toepassing op partnerpensioen dat op risicobasis is verzekerd. Vanaf 2008 geldt ook een keuzerecht waarmee een deel van het ouderdomspensioen wordt omgezet in partnerpensioen. Deze keuzemogelijkheid bestaat bij ontslag en bij pensionering.

Korting partnerpensioen
In veel pensioenregelingen geldt dat het partnerpensioen met 2,5% wordt gekort voor ieder jaar dat de partner meer dan 10 jaar jonger is dan de deelnemer aan de regeling. De Commissie Gelijke Behandeling heeft hier overigens bezwaar tegen.

naar top

L

Levensloopregeling
Een regeling waarbij U ten hoogste 12% van uw brutoloon kunt sparen. Bent U op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 dan mag U nog meer sparen. Uw levenslooptegoed mag ten hoogste 210% van uw jaarsalaris bedragen. U kunt in de levensloopregeling sparen voor inkomen tijdens verlofperiodes. Uw werkgever mag een financiële bijdrage aan de levensloopregeling leveren. Over de uitkeringen uit de levensloopregeling wordt belasting geheven. Ook kunt U het levenslooptegoed gebruiken om eerder te stoppen met werken of om door te sluizen naar uw ouderdomspensioen.

Lijfrente
Aanspraak op een reeks vaste periodieke uitkeringen, die uiterlijk bij overlijden eindigt. Te vergelijken met een uitkering uit een pensioenregeling. De aanspraak is afhankelijk van het leven van één of meerdere personen.

Lijfrentepremieaftrek
De premie betaald voor een lijfrenteverzekering kan onder bepaalde voorwaarden in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen. Over de lijfrenteuitkering moet te zijner tijd belasting worden betaald. Hetzij bij einde van de looptijd, hetzij bij eerder stoppen met werken.

↑ naar top

M

Middelloonregeling
In de middelloon- of opbouwregeling wordt uw pensioen berekend op basis van het gemiddelde salaris dat U tijdens uw loopbaan hebt verdiend. Uw, in eerdere jaren opgebouwd, pensioen wordt niet opgehoogd tot het niveau van het laatste salaris. De pensioenregeling kent dus geen backservice zoals in de eindloonregeling. Uw eenmaal opgebouwde rechten worden bij een middelloonregeling meestal wel geïndexeerd. Indexering is echter nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen geïndexeerd wordt indien er voldoende middelen zijn.

↑ naar top

N

Nabestaandenlijfrente
Deze lijfrente is bedoeld voor de verzorging van nabestaanden. De lijfrente kan uitsluitend ingaan bij uw overlijden (als U de premie afgetrokken heeft) of bij het overlijden van uw partner. Alleen bij de ANW-gatverzekering hoeft de lijfrente niet meteen na overlijden in te gaan. De ingangsdatum kan ook opgeschoven worden naar het tijdstip waarop het jongste kind 18 wordt (en het recht op een ANW-uitkering dus vervalt). Als de lijfrente wordt uitgekeerd aan uw kinderen, moet de uitkering eindigen bij hun overlijden of anders uiterlijk op hun 30e verjaardag.

Nabestaandenoverbruggingspensioen
Het tijdelijke partnerpensioen dat bedoeld is om het gemis aan ANW te compenseren. Ook ter compensatie van de hogere premiedruk die geldt tot uw 65ste. Nabestaandenpensioen. Pensioen dat – doorgaans levenslang – wordt uitgekeerd aan de partner (of kinderen) van de deelnemer aan een pensioenregeling. Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars-, wezen- en partnerpensioen.

Niet-actieve deelnemer
U doet niet meer mee aan de pensioenregeling, omdat U niet langer bij het bedrijf of in de bedrijfstak werkt. U houdt wel recht op wat U heeft opgebouwd, maar U bouwt nu niet meer op.

↑ naar top

O

Omkeerregel
Niet de pensioenpremies behoren tot het fiscaal belastbare loon, maar de pensioenuitkeringen. Dit betekent dat niet de pensioenaanspraak wordt belast, maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.

Ontslagrechten
Als U niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoud U recht op het pensioen dat U al heeft opgebouwd.

Opbouwpercentage
Per jaar bouwt U een deel van je uiteindelijke pensioen op. In een eindloon- of middelloonregeling bouwt U doorgaans ieder jaar 1/40e deel op, ofwel 1,75%. Deze 1,75 is het opbouwpercentage per dienstjaar. Dit heet de pensioenaanwas. Bij 40 dienstjaren krijgt U dus 70% van uw (middel)loon.

Opbouwregeling
In de middelloon- of opbouwregeling wordt uw pensioen berekend op basis van het gemiddelde salaris dat U tijdens je loopbaan hebt verdiend. Uw, in eerdere jaren opgebouwd, pensioen wordt niet opgehoogd tot het niveau van het laatste salaris. De pensioenregeling kent dus, net zoals de middelloonregeling, geen backservice zoals in de eindloonregeling. Uw eenmaal opgebouwde rechten worden bij een middelloonregeling meestal wel geïndexeerd. Dat gebeurt doorgaans alleen als het pensioenfonds voldoende middelen heeft.

Oudedagslijfrente
Deze lijfrente is bedoeld als een levenslange ouderdomsvoorziening. De lijfrente kan ingaan wanneer U maar wilt. Als U de premie heeft afgetrokken, mag de uitkering alleen aan U plaatsvinden.

Ouderdomspensioen
Het ouderdomspensioen krijgt U uitgekeerd vanaf de pensioendatum (meestal 65 jaar) tot uw overlijden. Meestal in maandelijkse termijnen. Naast het levenslange pensioen bestaat er ook tijdelijk ouderdomspensioen.

Overbruggingspensioen
Pensioen dat het inkomen aanvult tot uw 65ste, om te compenseren voor het ontbreken van AOW-uitkering en de nog hogere belasting en premieafdrachten voor wie ouder is dan 65. Maakt onderdeel uit van een vroegpensioen. Dit is een pensioenregeling met een pensioenleeftijd van eerder dan 65 jaar.

↑ naar top

P

Partnerpensioen
Het pensioen voor de achterblijvende partner. Deze wordt uitgekeerd vanaf uw overlijden tot het overlijden van uw partner. In het verleden sprak men van weduwepensioen en later ook van weduwnaarspensioen. Tegenwoordig wordt de term partnerpensioen, of de term nabestaandenpensioen, gebruikt als verzamelnaam voor alle pensioenen voor de achterblijvende partner, of dit nu een huwelijkspartner is of niet.

Partnerpensioen op opbouwbasis
Vorm van opbouw van een partnerpensioen. Er wordt een pot opgebouwd waaruit de partner na overlijden van de verzekerde uitkering uit krijgt. Na het stoppen van de premiebetaling of na echtscheiding blijven de opgebouwde rechten bestaan. Als de partner instemt kan het partnerpensioen worden ingeruild voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.

Partnerpensioen op risicobasis
Vorm van opbouw van een partnerpensioen. Bestaat uit een verzekering tegen overlijden van de verzekerde. Net als bij andere verzekeringen verdwijnen de rechten zodra de premiebetaling stopt.

Partnertoeslag AOW
Toeslag op de AOW-uitkering als U een partner hebt die jonger is dan 65. Wie 65 wordt op of na 1 januari 2015, ontvangt geen partnertoeslag meer. De partner die als eerste 65 wordt, ontvangt vanaf die datum alleen zijn eigen AOW. De AOW voor de partner wordt uitgekeerd op het moment dat die 65 wordt.

Pensioenbreuk
Pensioennadeel dat kan ontstaan als U van werkkring verandert, en daardoor van pensioenregeling. Het al opgebouwde pensioen bij uw oude werkgever wordt dan (soms) niet volledig aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. Bij een eindloonregeling kan het nadeel ook ontstaan als U in uw nieuwe baan carrière maakt en meer gaat verdienen. De backservice krijgt U alleen over het pensioen dat bij de nieuwe werkgever is opgebouwd en niet over de ''oude'' pensioenrechten. Een oplossing hiervoor kan zijn dat U uw opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dit heet waardeoverdracht.

Pensioenbrief
Schriftelijke overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer, waarin met de werknemer een individuele pensioenovereenkomst wordt gesloten.

Pensioenclausule
Clausule die bepaalt dat U te zijner tijd het bereikte kapitaal uitsluitend kunt gebruiken voor de aankoop van pensioen in de zin van de Pensioenwet.

Pensioendatum
De datum waarop volgens de pensioenregeling je ouderdomspensioen ingaat.

Pensioengat
Er wordt van een pensioengat gesproken als U na uw 65ste minder dan 70% van uw laatstverdiende loon of uw gemiddelde loon krijgt. Een gat hoeft natuurlijk geen ramp te zijn, misschien kunt U wel met minder toe, bijvoorbeeld dankzij eigen vermogen.

Pensioengrondslag
Uw salaris min de franchise. De pensioengrondslag is het bedrag waarmee uw pensioen wordt berekend. Uw eigen bijdrage is vaak uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.

Pensioenleeftijd
De leeftijd waarop volgens de pensioenregeling uw ouderdomspensioen ingaat.

Pensioenovereenkomst
De overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer dat aan de werknemer een pensioen wordt uitgekeerd, nadat die de pensioenleeftijd bereikt of arbeidsongeschikt raakt of komt te overlijden. Dat pensioen kan worden uitgekeerd aan de werknemer zelf of aan diens nabestaanden.

Pensioenreglement
Schriftelijk document waarin precies staat omschreven hoe uw pensioenregeling in elkaar steekt, wat de rechten en plichten zijn van U en uw pensioenuitvoerder.

Pensioenuitvoerder
De instantie die uw pensioen uitvoert (administratie, helpdesk, beleggen van pensioengelden, uitkeren van pensioen). Bijvoorbeeld een pensioenfonds of een levensverzekeraar.

Pensioenverevening
Bij echtscheiding wordt het ouderdomspensioen verdeeld.

Premie
Het bedrag dat uw werkgever aan de pensioenuitvoerder moet betalen om uw pensioen te financieren.

Premievrije (pensioen)opbouw
Bent U (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt dat gaat uw pensioenopbouw (gedeeltelijk) door. U betaalt voor die opbouw geen premie.

Premievrije aanspraak
Als U niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoudt U recht op het pensioen dat U al heeft opgebouwd. Daar hoeft U geen premie meer voor te betalen. Als in de pensioenregeling de ingegane pensioenen worden geïndexeerd, worden ook de premievrije aanspraken van de gewezen deelnemers geïndexeerd.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid
Bent U (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt dat gaat uw pensioenopbouw (gedeeltelijk) door. Voor het meeverzekeren wordt een bescheiden premietoeslag in rekening gebracht.

Prepensioen
Een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen wordt uitgekeerd. Het was bedoeld als vervanging van de VUT-regeling. Tijdens de periode van het prepensioen mag de pensioenopbouw voor het gewone ouderdomspensioen worden voortgezet. De regeling voor prepensioen was tijdelijk. De opbouw van prepensioen is vanaf 2006 nog mogelijk voor deelnemers die op 1 januari 2005 al 55 jaar of ouder zijn. Voor 55-minners is het weliswaar ook nog wel mogelijk, maar fiscaal erg onaantrekkelijk. Die regeling zal in de praktijk verdwijnen.

↑ naar top

R

Reserveringsruimte
De mogelijkheid die U kunt hebben om een lijfrentepremie in aftrek te brengen op uw inkomen vanwege een pensioentekort, dat U in voorgaande jaren hebt opgelopen. De reserveringsruimte is een optelsom van de jaarruimtes die U in de afgelopen 7 jaar niet hebt gebruikt.

Risico partnerpensioen
U bent verzekerd tegen het risico dat U komt te overlijden. Komt U inderdaad te overlijden, dan krijgt uw partner een partnerpensioen. Wanneer de premiebetaling stopt (bijvoorbeeld bij ontslag of op de pensioendatum), dan is er geen aanspraak op een partnerpensioen. De risicoverzekering voor het partnerpensioen is te vergelijken met een verzekering voor uw auto- of de brandverzekering voor uw huis. U bent verzekerd zolang U de premie betaalt. Stopt U met de premie te betalen dan is er geen verzekering meer. Is uw partnerpensioen op risicobasis verzekert, dan vervalt het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding heeft uw ex-partner geen aanspraak meer op partnerpensioen. Op de pensioendatum is er geen partnerpensioen, dus U kunt dit ook niet inruilen. Wel biedt de pensioenregeling de mogelijkheid om bij ontslag en bij pensionering een deel van uw ouderdomspensioen in te ruilen voor een partnerpensioenpensioen.

↑ naar top

S

Slaper
Deelnemer in een pensioenregeling die nog wel pensioenrechten heeft, maar geen premie meer afdraagt, en ook nog niet gepensioneerd is.

↑ naar top

T

Tijdelijk partnerpensioen
Een tijdelijke verhoging van het partnerpensioen voor uw partner. Eindigt meestal op 65-jarige leeftijd. Het kan bedoeld zijn om het hogere belastingtarief en de hogere sociale premies vóór 65 jaar te compenseren. Of om het gemis aan ANW te compenseren.

Tijdelijke oudedagslijfrente
Deze lijfrente is bedoeld om ervoor te zorgen dat U tijdelijk een hoger inkomen hebt. Als U de premie hebt afgetrokken, mag de uitkering alleen aan jou plaatsvinden. De uitkeringsduur moet minimaal vijf jaar zijn. De uitkering moet eindigen bij het overlijden van de belastingplichtige. De uitkering is aan een maximum gebonden.

Tijdsevenredig ouderdomspensioen
Als U vóór de pensioendatum uw deelneming aan de pensioenregeling beëindigt, houdt U een recht op het opgebouwde ouderdomspensioen en het opgebouwde partnerpensioen. Bij kapitaalovereenkomsten of premieovereenkomsten houdt U recht op het kapitaal dat tot op de ontslagdatum is opgebouwd.

Toetredingsleeftijd
De leeftijd waarop U volgens de pensioenregeling mag meedoen aan de pensioenregeling. In het verleden was een toetredingleeftijd van 25 jaar heel gewoon. Vanaf 2008 geldt echter dan de toetredingsleeftijd ten hoogste 21 jaar mag zijn.

↑ naar top

U

Uitruil
De mogelijkheid voor U, als deelnemer, om het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger (of eerder ingaand) ouderdomspensioen. Of U kunt een deel van het ouderdomspensioen omzetten in een partnerpensioen.

↑ naar top

V

Verevening pensioenrechten bij echtscheiding
Verdeling van het tijdens uw huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in geval van scheiding. De ex-partner krijgt de helft van het ouderpensioen dat U tijdens het huwelijk hebt opgebouwd.

Vroegpensioen
Pensioenregeling met een pensioendatum die gelegen is vóór uw 65ste. Keert vanaf de pensionering tot de leeftijd van 65 een overbruggingspensioen uit.

VUT-regeling
Een regeling van Vervroegde Uittreding vóór de reglementaire pensioendatum. Is op vrijwillige basis. U kunt geen ''VUT-rechten'' opbouwen, zoals bij pensioen. Bij ontslag vervallen uw aanspraken op VUT. Vanaf 2006 zijn de werknemerspremies voor de VUT niet meer aftrekbaar en is de werkgeversbijdrage belast. Deze nieuwe regel geldt niet voor de premies die betaald worden voor de VUT-uitkeringen van mensen die op 1 januari 2005 al 55 jaar of ouder zijn.

↑ naar top

W

Waardeoverdracht
Het meenemen van een bij een eerdere werkgever en pensioenfonds opgebouwd pensioen naar een nieuw fonds. De nieuwe pensioenuitvoerder vertaalt het door jou meegenomen pensioen in een aantal opbouwjaren volgens de nieuwe pensioenregeling. Een aanvraag voor een offerte moet binnen zes maanden worden ingediend bij de nieuwe pensioengever.

Waardevast pensioen
Uw pensioenaanspraken zijn waardevast indien zij, na ingang of premievrijmaking, jaarlijks worden verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee de prijzen in een bepaalde periode zijn gestegen of gedaald. De toeslagverlening van pensioen is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen een toeslag wordt verleend indien daar genoeg geld voor is.

Wachttijd
Periode waarin U moet wachten voordat U mag deelnemen aan de pensioenregeling van uw werkgever. Vaak worden na afloop van de wachttijd met terugwerkende kracht pensioenaanspraken toegekend, alsof U reeds bij aanvang van de wachttijd deelnemer was geweest. Met ingang van 2008 mag in een pensioenregeling voor het ouderdomspensioen een wachttijd worden gehanteerd van ten hoogste twee maanden.

Weduwepensioen
Nabestaandenpensioen dat na uw overlijden levenslang wordt uitgekeerd aan uw echtgenote. Wanneer U trouwt of gaat samenwonen ná pensionering, heeft uw partner geen recht op nabestaandenpensioen als U overlijdt.

Weduwnaarspensioen
Nabestaandenpensioen dat na uw overlijden levenslang wordt uitgekeerd aan uw echtgenoot. Wanneer U trouwt of gaat samenwonen ná pensionering, heeft uw partner geen recht op nabestaandenpensioen als U overlijdt.

Welvaartsvast pensioen
Je pensioenaanspraken zijn waardevast indien zij na ingang of premievrijmaking jaarlijks worden verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee de lonen in een bepaalde periode zijn gestegen of gedaald. De toeslagverlening van pensioen is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen een toeslag wordt verleend indien daar genoeg geld voor is.

Wezenpensioen
Het wezenpensioen wordt uitgekeerd aan uw kind(eren) na uw overlijden. Het gaat vaak om een halfwezenpensioen (er is nog één ouder in leven). Vaak stopt het wezenpensioen in principe op 18- of 21-jarige leeftijd, maar loopt de uitkering langer door (tot bijvoorbeeld het 27e jaar) als uw kind studeert of arbeidsongeschikt is. Als beide ouders (verzorgers) zijn overleden, krijgen de dan volle wezen meestal een dubbel wezenpensioen.

↑ naar top